Weekendtip # 75

Marcel Duchamp, De ou par Marcel Duchamp ou Rrose Sélavy (La boîte en valise), 1952

Morgen opent in museum Boijmans van Beuningen een tentoonstelling over het oeuvre van Marcel Duchamp.
De rol van de kunstenaar in de readymade -een alledaags voorwerp geplaatst in de museale ruimte- lijkt minimaal. Echter blijken veel van Duchamp’s werken nauwkeurige constructies vol met referenties aan persoonlijke ervaringen, gebeurtenissen en personen uit zijn leven.

Bert Jansen ontdekte deze verwijzingen door letterlijk in de voetsporen van Duchamp te treden. Door in diens dorp te verblijven, in zijn kamer te zitten en de etalage van de bakker waar Duchamp woonde te bekijken, werd inzichtelijk hoe Duchamp zijn ideeën kreeg. De tentoonstelling in het Prentenkabinet laat zien hoe levendig de kant van het maken ofwel de praktijk van de kunstenaar Duchamp is geweest.

La Mariée mise à nu par ses célibataires, même (Boîte Verte), 1934

Ook humor en woordspellen zijn belangrijke elementen in Duchamp’s werk, die tot nu toe vaak onderbelicht zijn gebleven. In de tentoonstelling zijn de humoristische tekeningen die hij maakte voor tijdschriften te zien. De humor in deze prenten komt ook in veel van zijn latere readymades terug. Veel kunstwerken zijn opgebouwd aan de hand van cryptische taalspelletjes. Een goed voorbeeld hiervan is de snor en het sikje dat hij in 1919 tekende op een ansichtkaart van Leonardo Da Vinci’s ‘Mona Lisa’ (1503-1507) met het onderschrift ‘L.H.O.O.Q.’. In het Frans uitgesproken klinken deze letters als ‘zij heeft een hete kont’, waarschijnlijk refererend naar de mogelijke homoseksuele geaardheid van Leonardo.

De tentoonstelling is gebaseerd op artikelen die kunsthistoricus Bert Jansen publiceerde over Marcel Duchamp in Jong Holland, Metropolis M en Kunstbeeld. Sinds 1982 schrijft hij kunstkritieken voor Het Financieele Dagblad.

 

Te zien tot en met 19 januari 2014.