< Terug

Invest Week Interview #6: Gabey Tjon a Tham

Gabey Tjon a Tham maakt ruimtevullende installaties met licht, beweging en geluid. In 2012 rondde zij haar master ArtScience af aan de gelijknamige faculteit, een samenwerking van de KABK en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hiervoor heeft zij een bachelordiploma Beeldende Kunst behaald aan de KABK. Wij spraken elkaar in haar atelier, in culturele broedplaats de DCR. Het staat vol met materiaal, variërend van tekeningen tot papier-maché en elektronica. In het midden van de ruimte staat een kleine trampoline waar snoertjes aan hangen.

Gabey.profielfoto

Je hebt na jouw afstuderen aan de KABK verschillende residencies gedaan, zowel in Nederland als in het buitenland. Aan wat voor projecten heb je gewerkt?

Mijn eerste residency deed ik in 2014 bij MoTA in Ljubljana. Hier heb ik vrij doelgericht gewerkt; ik was bezig om prototypes voor Red Horizon te bouwen, in opdracht van TodaysArt. Red Horizon was de eerste grote installatie die ik heb gemaakt na mijn afstuderen. In een donkere ruimte zie je een veld van dubbele pendules. Op elke arm zit een lichtje en een speakertje. De eerste arm zit aan de motor vast en het tweede armpje zit aan de eerste vast, deze gedraagt zich altijd een beetje onvoorspelbaar. Daardoor krijg je die natuurlijke beweging die vaak in mijn werk terugkomt, in dit geval lijkt het een beetje op vuurvliegjes. Mijn werk zit tussen het mechanische en het natuurlijke in. Ik heb de afgelopen twee jaar veel onderzoek gedaan naar complexe systemen, bijvoorbeeld in zwermgedrag zoals bij mierenkolonies of zwermen vogels. Wat ik daar fascinerend aan vind is dat er geen dirigent is die de hele groep aanstuurt, maar dat ieder individu in de zwerm een aantal simpele regels opvolgt, waardoor emergent gedrag ontstaat. Zo letten ze op hun naaste buren en besluiten dan of ze naar elkaar toe gaan of van elkaar weggaan, zoals wanneer er een vijand op de groep afkomt. Ik ben niet zo geïnteresseerd in het nabootsen van dit gedrag, maar meer in de poëtische kant, de ogenschijnlijke magie. Dat is eigenlijk altijd al zo geweest. Het uiteindelijke werk moet de techniek hierbij overstijgen.

Red horizon, TodaysArt, 2014 - photo credits: Maurice Tjon a Tham

Red horizon, TodaysArt, 2014 – photo credits: Maurice Tjon a Tham

image2

Na Red Horizon heb ik weer een paar stappen terug gedaan om te kijken: welke kwaliteiten wil ik eigenlijk verder onderzoeken in dit werk? Een van de hoofdonderwerpen was hoe ik complexiteit kan creëren door een bepaalde mate van controle op te geven. Want mijn werk is altijd computergestuurd en vrij technisch. Wat voor rol kan toeval spelen in het uiteindelijke werk?

Afgelopen zomer deed ik in DordtYart een residency van drie maanden waar ik veel tijd had om nieuwe dingen uit te proberen. Het grootste verschil daar was dat er daglicht was, dus het was onmogelijk om in het donker te werken zoals ik altijd gewend was geweest. In een blackbox kan ik de ruimte vormgeven zoals ik dat wil, terwijl ik hier moest werken met wat er was. Wat me opviel was dat ik een grote complexiteit kon creëren met weinig techniek. Dat was erg bevrijdend. Het was wel moeilijk voor mij dat ik veel werken die ik hier had gemaakt alleen op film en foto vast kon leggen, omdat het licht steeds zo drastisch veranderde. Ik wilde dit omzetten naar een installatie die je kan ervaren, mijn uiteindelijke doel is toch altijd om een ervaring te creëren.

photo credits: Maurice Tjon a Tham > video: http://vimeo.com/133805169

photo credits: Maurice Tjon a Tham – video

photo credits: Maurice Tjon a Tham

The Monads, photo credits: Maurice Tjon a Tham – geluid

Uiteindelijk heb ik een werk (The Monads) gemaakt met ronddraaiende speakers, een techniek die ik doorontwikkeld heb vanuit Red Horizon. De aansturing van de motoren en het geluid in de computer benaderde ik dit keer vanuit een meta-niveau door de speakers niet afzonderlijk aan te sturen, maar een systeem van condities te creëren waarin de entiteiten zich vrij konden bewegen. Wat je ziet en hoort is dus nooit hetzelfde en er is geen begin of einde. De timing, snelheid, volume van geluid, motoren en de relatie tussen deze vormden het raamwerk voor de regels die ik opstelde voor dit systeem.

Tijdens de daaropvolgende residency bij Steim in Amsterdam in januari heb ik dit systeem voor The Monads nog verder uitgebreid. De schetsen die ik net liet zien (onderstaande afbeeldingen), vormden het vertrekpunt voor de compositie. Ik besloot zo min mogelijk te bouwen maar vooral met compositie bezig te zijn: het programmeren. Het programmeren komt meestal als laatste, als alles af is, maar is eigenlijk het interessantste, meest creatieve gedeelte.

image6image5

Waar ben je op dit moment mee bezig?

Ik werk momenteel samen met wetenschappers en kunstenaars voor de Stichting Hope Step Japan. Deze organisatie, bestaande uit Japanners die woonachtig zijn in Nederland, houdt zich bezig met kwesties die zijn ontstaan na de zeebeving in Japan in 2011. Ik ontwikkel met hen het project Jumping power plant, waarin fysieke energie wordt omgezet in licht. Vandaar die trampoline die hier in de ruimte staat. Als iemand springt gaan er lichtjes aan en uit maar het is elke keer weer anders waar en hoe sterk, afhankelijk van hoe hard of waar je springt.

Ik wilde graag meedoen aan dit project omdat ik het belangrijk vind om na te denken over alternatieve methodes om energie op te wekken, vooral aangezien mijn installaties zonder elektriciteit niet zouden kunnen bestaan. Ook staat dit project weer in verband met mijn huidige onderzoek. De aansturing van een groep LEDs wordt hier niet gecreëerd door de computer, maar door fysieke beweging; het springen op de trampoline. Ontstaat er een andere complexiteit die met de computer niet mogelijk is?

image7

Jij hebt zowel beeldende kunst als ArtScience gestudeerd. Denk je dat er een groot verschil is tussen het werk wat er in de beeldende kunst scene en in de ArtScience scene gemaakt wordt?

Ik heb het gevoel dat ik ertussenin zit, met het ene been in de ArtScience scene en het andere been in de beeldende kunst scene. Zelf zie ik deze niet als twee aparte werelden, al is die scheiding er in de praktijk in zekere zin nog wel. Zo viel het mij op dat het bij ArtScience veel vanzelfsprekender is om samen te werken met anderen vanwege die ‘do it yourself’ mentaliteit en dat je bij beeldend veel meer op jezelf bent aangewezen.

Ik merk wel dat ik, wanneer ik sommige festivals bezoek, soms een bepaalde verdieping mis in het programma en in de werken. Dan gaat het meer om het spektakel, om die ervaring. Dat is anders dan in een beeldende kunst-expositie, waar meer wordt ingegaan op het concept en de betekenis. Aan de andere kant ben ik als tekenaar begonnen, maar vond ik het altijd een probleem dat de ruimte van de tekening en de ruimte waar de toeschouwer zat gescheiden ruimtes en tijden waren. Ik wilde altijd dat dat samen zou komen. Het bijzondere van techniek vind ik dat je er in kan staan en een artificiële ruimte creëert. Je deelt de tijd en de ruimte met het werk samen. Dat is dan weer heel erg mooi van die ervaring. Verder is het natuurlijk bijzonder dat je tijdens een festival zo’n groot publiek kan bereiken.

Ik zag ook dat jij de talentontwikkelingsbeurs van het Stimuleringsfonds toegekend hebt gekregen?

Ja! Het is zoiets als de Werkbijdrage Jong Talent van het Mondriaan Fonds maar dan van het Stimuleringsfonds. Het Stimuleringsfonds is voor ontwerpers bedoeld en ik val dan onder “e-cultuur” als “e-maker”, de meer cross-disciplinaire richting. Wij hebben om de paar maanden meetings waar we bij elkaar komen, waarbij ik dan tussen de mode-ontwerpers, grafisch ontwerpers, architecten, product ontwerpers en andere e-makers zit. Wij exposeren in oktober in een gezamenlijke tentoonstelling op de Dutch Design Week in Eindhoven, vergelijkbaar met Prospects & Concepts op Art Rotterdam. Het is interessant om te merken dat ik nu word geïnterviewd als kunstenaar, maar dat ik met hetzelfde werk in die omgeving weer een e-maker ben. Ook dit toont aan dat ik met twee benen in verschillende gebieden sta.

Website Gabey Tjon a Tham
Work-in-progress

In aanloop naar de aanstaande Invest Week in juni presenteert Jegens & Tevens in samenwerking met Stroom Den Haag een reeks persoonlijke portretten. Jonge kunstenaars die een Pro Invest subsidie hebben ontvangen en een selecte groep (inter)nationale curatoren worden door Jegens & Tevens geïnterviewd. Het doel van de jaarlijkse Invest Week is dat de kunstenaars feedback en reflectie op het eigen werk ontvangen van een groep ervaren curatoren, critici en kunstenaars uit binnen- en buitenland. Tot aan 27 juni 2016, als de Invest Week start, komen alle deelnemende kunstenaars en curatoren hier uitgebreid aan bod. Meer informatie over de Invest Week is binnenkort te vinden via www.stroom.nl.

REAGEER