Bram de Jonghe in Stroom

Den Haag laat een steeds meer geschakeerd beeld zien als het gaat om de kunst. Juist in de zomer, eigenlijk komkommertijd, wordt er weer extra uitgepakt. Zo zijn er weer beelden op het Lange Voorhout. Een grootschalig jaarlijks gebeuren, waar letterlijk alles in het groot gebeurt. Maar er is ook de tentoonstelling ’Grist to the Mill’ van Bram De Jonghe in Stroom. Deze tentoonstelling ging afgelopen zaterdag van start. Ik bezocht Stroom op een mooie zondagmiddag, nadat ik de Lange Voorhout had bezocht. De tegenstelling kon bijna niet groter zijn. Niet dat alles bij Stroom ineens kleiner is, in tegendeel. In Stroom heeft Bram een enorm groot nieuw plafond opgehangen, op ruim anderhalve meter hoogte.

En juist onder dit plafond, laat hij een aantal video’s zien. Nee, de tegenstelling zit voor mij er vooral in, dat bijna alle werken op het Voorhout uitdrukkelijk beladen zijn met betekenis, met een reeks vraagtekens als betekenis. Ieder van de werken is een referentie aan iets anders of een referentie aan iets dat van grote betekenis wordt verondersteld. Bij de tentoonstelling van Bram De Jonghe in Stroom is de ruimte het enige van betekenis.

Links de kunstenaar Bram De Jonghe

Nu is de vraag wat dat is, de ruimte. Dat is een begrip dat voor ons alleen betekenis heeft als het een grens heeft, als het muren of andere wanden heeft. Bij Bram De Jonghe is het echter de ruimte die niet door de wanden, maar door de in de ruimte opgetrokken nieuwe randvoorwaarden wordt zichtbaar gemaakt. Tegelijkertijd zijn de elementen die hij hiervoor inzet werken op zichzelf. Werken die niet te begrijpen zijn. Nu is er aan de beginfase van de tentoonstelling een tafeltje met allemaal kleine boekjes, waarin een interview staat met de kunstenaar. Hier wordt niet uitgelegd wat we te zien krijgen, maar er wordt ingegaan op de achtergronden van de kunstenaar. Dit verduidelijkt slechts gedeeltelijk, maar biedt wel handvatten om naar het werk te kunnen kijken. Dit suggereert dat het wellicht gaat om een zeer persoonlijke wereld die hier door de kunstenaar wordt geschapen. Maar juist zijn ingreep op de ruimte voorkomt dat het hier gaat om een persoonlijke wereld.

De werken zijn herkenbaar, hebben herkenbare elementen zoals een werk dat bijna letterlijk Brancusi kopieert maar dat strategisch in de ruimte is geplaatst, en niet staand maar horizontaal aan de wand is bevestigd. De wand wordt de sokkel van een kunstwerk dat altijd de vloer als sokkel gebruikt. Maar het doet meer dan alleen dit. Het maakt de ruimte er omheen de nieuwe ’sokkel’. Het zet de ruimte in om het kunstwerk te ’dragen’. En daarmee wordt de ruimte door een andere randvoorwaarde, het werk, bepaald.

Ook een hergebruikte motor van een koelkast, wordt een apparaat dat zodanig lucht blaast dat een ernaast staande kaars, net niet wordt uitgeblazen. Hierin wordt niet alleen een bijna absurde ’nuttigheid’ verkregen, maar wordt een visueel contrast tussen machine en kaars geschapen. Een contrast dat op een bijna onmogelijke manier in evenwicht is. Een glazen tafel met potlood pootjes draagt een aantal iele potloodtekeningen. Alleen het glas dat zo zwaar is, maakt dat het geheel niet door de wind wordt meegenomen. Ook hier wordt dat wat transparant is, dat wat zwaarte oplevert.

De manier waarop de ruimte bezet en opnieuw gedefinieerd wordt, wordt als allerlaatste duidelijk als we een houten hoofd zien boven aan de trap, die uitkomt bij de ingang van de tentoonstelling. Het einde wordt hier nadrukkelijk neergezet maar er was nooit een nadrukkelijk begin?

Kortom een tentoonstelling met een prettige rust waarin een omgang met de ruimte bepalend is voor wat er getoond wordt en waarbij het getoonde zodanig stimulerend, maar niet belerend is, dat het voor de toeschouwer open staat. Letterlijk open, omdat het een nieuw gebruik van de ruimte oproept, maar dat het niet dwingt, zoals ook de werken geen uitroeptekens zijn maar alleen stille en betekenisvolle wegwijzers. Een volstrekte tegenstelling met de Lange Voorhout die volgepakt staat met bijna enkel uitroeptekens.

Ik raad dan ook iedereen aan die de beelden op Lange Voorhout wil zien dit alleen te doen als ook Stroom daarna bezocht wordt. Tenzij u natuurlijk een liefhebber bent van uitroeptekens, waarbij de bordjes bij de werken u vertellen wat ieder uitroepteken zoal roept. Bij de tentoonstelling van Bram De Jonghe, ontbreken de bordjes gelukkig. Daar bent u nog vrij om te zien zoals u zelf denkt, te moeten kijken.