Leiden in last en het gemis aan actuele kunst

Leiden presenteert zich graag als stad van de Jonge Rembrandt en daarmee als stad voor kunst. In zijn eigen tijd was Rembrandt een vernieuwer, en een leermeester voor jonge kunstenaars. Hij leidde vele leerlingen op boven zijn eigen atelier aan de Amsterdamse Jodenbreestraat, waar hij als kunstenaar furore maakte. Leiden moet het dus vooral hebben van een nog jonge veelbelovende Rembrandt. Maar hoe gastvrij is Leiden nog voor jonge kunstenaars en voor levende kunst? Een korte zoektocht naar actuele kunst in de Sleutelstad, vanuit het perspectief van jonge kunstenaars.

Ik bezoek Leiden met enige regelmaat en verbaas mij er telkens weer over dat er nauwelijks plekken zijn waar je hedendaagse kunst kunt zien. Er zijn meer steden die zwaar leunen op de (kunst)geschiedenis, maar vergelijkbare steden als Nijmegen, Middelburg, Delft of Haarlem staan er, ondanks het ontbreken van een kunstacademie, qua hedendaagse kunst toch een stuk beter voor. Hoe komt het toch dat mijn bezoeken aan Leiden zich steeds beperken tot mijn hoofdbestemming en ik weer snel afdwaal richting station?

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
Vensterbank Leiden

Van Vensterbank naar ROEM

Vorig jaar was er het initiatief Vensterbank Leiden, in een overtollige winkeletalage tegenover Leiden Centraal. Met een kleine subsidie van de gemeente en Fonds 1818 werden er tweemaandelijkse  vensterbanktentoonstellingen georganiseerd met veelal jonge kunstenaars. Maar helaas werd de ruimte al na een jaar door de eigenaar teruggevorderd en lijkt het initiatief weer ter ziele. Ik bezoek initiatiefnemer Marissa Karlas die ook een drijvende kracht is achter stichting ROEM, een nieuw collectief waarin startende kunstenaars, illustratoren en ontwerpers zich hebben verenigd. Ook dit initiatief heeft tot doel om Leiden als plek voor jonge kunstenaars op de kaart te zetten. Sinds kort heeft ROEM een nieuw onderkomen in Haagweg 4, het bekendste ateliergebouw in Leiden.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
Haagweg 4

Maar Haagweg 4 is niet meer wat het geweest is. Veel kunstenaars hebben de voormalige Ambachtsschool moeten verlaten door de immer stijgende huurprijzen van de ateliers. Op de begane grond is café Leidse Lente gevestigd, waar de Haagweg-kunstenaars hun werk als wandversiering tentoon kunnen stellen. Daarmee kan de horecaruimte blijkbaar tevens als ‘galerie’ worden aangeduid. De meest prominente werkruimten op de eerste verdiepingen worden gebruikt door makelaars, architecten, advocaten, fotografen, ICT-ers, evenementenbureaus en andere bedrijven. Het pand is gevuld met computerschermen waarachter stoïcijns wordt gewerkt aan 3D-presentaties, marketingcampagnes en allerhande commerciële opdrachten. De nog aanwezige kunstenaars kun je vinden op de bovenste verdieping, waar zij hun atelier vaak ook gebruiken voor cursussen en workshops. Deze huurders zijn op veelal op leeftijd en behoren grotendeels niet tot de meest hedendaagse kunstenaars. Voor de jonge kunstenaars van stichting ROEM lopen we door naar de uiterste hoek van de zolderverdieping. De ruimte is pas opgeleverd en nog niet klaar voor gebruik. De bedoeling is dat hier circa 12 kunstenaars en ontwerpers kunnen werken en dat er een zeefdrukruimte wordt geïnstalleerd waar nieuwe werken kunnen worden gemaakt. Behalve een gezamenlijke werkruimte organiseert ROEM ook een jaarlijkse (grafische) tentoonstelling en kleinere evenementen op verschillende locaties in de stad en voeren zij opdrachten uit. Door het verloop is het ook een dynamische groep met een grote variëteit aan deelnemers die van elkaar leren en zich verder professionaliseren. Op dit moment is er een grote groep illustratoren, maar autonome kunstenaars zijn ook welkom.

Veel beginnende Leidse kunstenaars studeren aan de KABK (Den Haag), WdKA (Rotterdam), HKU (Utrecht) of Rietveld Academie (Amsterdam) en komen niet meer terug. Van de afgestudeerden die wel terugkeren, besluit een deel om Leiden na een of twee jaar opnieuw te verlaten omdat zij door hebben dat het hier niet gaat gebeuren. Er is geen podium voor kunst. Als je groot wil worden moet je (net als de jonge Rembrandt – red), Leiden verlaten. Maar Vensterbank was ook een manier om kunstenaars van buiten de stad naar Leiden te halen en verbindingen tot stand te brengen die er anders niet zouden zijn. Om niet te dicht bij huis te programmeren, heeft Marissa Karlas dan ook nadrukkelijk kunstenaars buiten de eigen kring benaderd, bijvoorbeeld tijdens This Art Fair in Amsterdam. In Leiden kwam ze in contact met kunstenaar Gijsje Heemskerk, die een groot deel van de programmering van 2019 voor haar rekening nam. Zelf hield zij zich meer met de organisatie bezig.

Bij Vensterbank werd ook altijd een openingsborrel georganiseerd waardoor voorbijgangers binnen konden lopen. Zwervers werden daarbij even serieus benaderd als andere bezoekers. Dat was wel interessant, op een agressieve zwerver na die hen beschuldigde van diefstal van zijn tas. Maar het is altijd goed om het gesprek aan te gaan en op die manier de drempel voor bezoekers te verlagen. Tijdens de Kunstroute was er eenmalig een binnenexpositie en kon op die manier ook de reactie van bezoekers worden gepeild. Bezoekers konden vragen stellen en daardoor groeide de interesse en de bereidheid om langer naar de werken te kijken. Dat mis je natuurlijk wel met een etalage. Het Vensterbank project ‘Haast U Langzaam’  van curator Fenne Seadt ging juist over de tijd die een mens gemiddeld besteedt aan het kijken naar een kunstwerk (28,63 sec) afgezet tegen het dagelijks aantal gebruikers van station Leiden Centraal (77.703).

Het is erg jammer dat Vensterbank eind 2019 weer moest stoppen. Het was een van de weinige plekken waar actuele jonge kunst te zien is. De bestaande infrastructuur voor beeldende kunst is nogal traditioneel ingericht en bestaat voornamelijk uit kunstenaarsvereniging Ars Aemula Naturae (de kunst wedijvert met de natuur) en Old School waar vooral Leidse kunstenaars op eigen initiatief tentoonstellen. Old School beschikt sinds kort wel over een gastatelier.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
Vensterbank Leiden

Het vorig jaar heropende Museum De Lakenhal definieert zichzelf in de eerste plaats als stadsmuseum en koppelt hedendaagse kunst aan de eigen historische kunstcollectie en de geschiedenis van de stad. Ook Nicole Roepers, conservator actuele kunst bij De Lakenhal, betreurt het gemis van een structurele of permanente presentatieplek voor hedendaagse kunst in Leiden. Zulke plekken zijn er in Leiden wel voor muziek, toneel en film. En voor geschiedenis. Museum De Lakenhal legt zelf wel een link naar het heden door lokaal hedendaags werk aan te kopen en door opdrachten te verstrekken aan Leidse kunstenaars. Een aantal van deze werken hebben ook een plek gekregen in de verhaallijnen van de vaste presentatie. Maar een nieuwe rol ten opzichte van het kunstenveld moet nog worden bepaald. Er komt nu weer lucht om daar over na te denken. Wel organiseert De Lakenhal de jaarlijkse Kunstroute (open ateliers), een taak die zij heeft overgenomen van het Centrum Beeldende Kunst (CBK) Leiden, dat in 2004 door bezuinigingen moest sluiten. Daarnaast host het museum de Hermine van Bers Beeldende Kunstprijs die tot doel heeft om jonge kunstenaars te steunen en om het jaar aan een Leidse kunstenaar wordt toegekend.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
Atelier Oh Nee

Van Oh Ja? naar Oh Nee!

We trekken verder door de stad en bezoeken Atelier Oh Nee in de Lombokstraat waar Gijsje Heemskerk informele tentoonstellingen en andere kleine actuele events organiseert. Haar atelier bevindt zich in de koude slaapkamertjes op de bovenverdieping van het uitgewoonde arbeidershuisje, dat op de nominatie staat om gesloopt te worden. De verwarming staat uit en de openbare wifi doet het nauwelijks. De omliggende jaren ‘30 woningen worden al gesloopt, hoewel men probeert het gevelbeeld van de wijk te bewaren. Atelier Oh Nee heeft hier nog één jaar te gaan. Gijsje maakt zich minder zorgen om het gebrek aan hedendaagse kunst in Leiden. Het is zoals het is. Het is ook wel lekker om in deze culturele leegte te werken, het zorgt ervoor dat je je bewust blijft dat het niet vanzelfsprekend is wat je doet. Bovendien zijn Den Haag en Amsterdam vlakbij, dus haar eigen behoefte om actuele kunst te zien kan zij gemakkelijk bevredigen.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
atelier Gijsje Heemskerk
tuinhuisje Atelier Oh Nee
coming up: Het is komkommertijd

Bij Atelier Oh Nee is heel veel mogelijk. Heemskerk heeft filosofie gestudeerd en is als kunstenaar autodidact. Ze heeft dan ook een voorkeur voor projecten waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen kunst en de gewone wereld. Ook het begrip kunstenaar zegt haar niet heel veel, het gaat om wat je doet. Iedereen is welkom in Atelier Oh Nee, desnoods trekt ze mensen van de straat. Ook werkt ze samen met een naburige school en exposeert ze er projecten die zij met scholieren heeft uitgevoerd. De kleine kamertjes van Atelier Oh Nee worden regelmatig overhoop gehaald om tentoonstellen mogelijk te maken. En de veelal onbehouwen of radicale kunst die bij Oh Nee wordt getoond, leidt tot vragen bij publiek dat hier voor het eerst binnenkomt. Heemskerk houdt van die confrontaties. Het moet allemaal niet te gemakkelijk worden. Maar wel gezellig. Dus open, informeel en gastvrij. Zo herinnert Heemskerk zich de komst van een oudere vrouw met een zwaar accent. Het bleek een oud-bewoonster van het huis en ze was ruim vijftig jaar geleden naar Australië geëmigreerd. De planten in de tuin en de afbakening met ingegraven omgekeerde flessen met plantenvoeding waren het werk van haar moeder. Het kleine glazen schuurtje was door haar vader gebouwd voor de opslag van kolen en het kweken van cactussen. Nu is het een extra tentoonstellingsruimte voor Atelier Oh Nee. Het verhaal werd onderdeel van het project ‘The Goldrush’ dat Heemskerk met Steffen Vogelezang in Atelier Oh Nee presenteerde. In april komt er nog een leuk project van Benjamin Li en Eva Sol met de titel ‘Het is komkommertijd’. Zij zullen hier met groenten sculpturen gaan maken, met de Chinese keuken als uitgangspunt. Wellicht zal het mogelijk worden om de sculpturen ter plekke op te eten. Dat zou mooi zijn.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst

Kunstenaar Emma van Noort heeft haar atelier op de benedenverdieping, in de huiskamer van de doorzonwoning. Vanaf de straat kun je haar kunstenaarspraktijk door het grote raam volgen. De opgeruimde aanblik maakt meteen duidelijk dat haar werk meer gestructureerd en verstild is dan dat van Heemskerk, die veel impulsiever te werk gaat. Van Noort maakt ruimtelijke installaties en heeft dus plekken nodig om haar werk te realiseren. In Leiden is dat dus moeilijk. Er is wel de jaarlijkse zomertentoonstelling Beelden in Leiden, maar ook daar zijn meer kunstenaars uit Den Haag dan uit Leiden te zien. Ze was betrokken bij Liquid Society, waar zij ook exposeerde, en er is broedplaats Nieuwplaatz Leiden. Ook werkte ze samen met ACPA, de Academy of Performing Arts van Universiteit Leiden waar ze ook een project heeft gerealiseerd. Daarnaast heeft Van Noort meegewerkt aan allerlei vormen van overleg om de kunst in Leiden vooruit te helpen. Maar ze is er ook enigszins op afgeknapt. Ze verontschuldigt zich voor de opsomming van tegenslagen en gebrek aan medewerking die ze daarbij heeft ondervonden. Ze wil niet als klager overkomen. En ze wil zich er ook niet meer druk om maken. Van Noort concentreert zich daarom nu weer op haar eigen praktijk. LUMC galerie is een van de plekken die ze regelmatig bezoekt. Het is eigenlijk de enige tentoonstellingsplek met een doorlopende programmering van hedendaagse kunst. En dan is er nog de culturele eventplek Marktsteeg 10 van Casper Faassen waar af en toe iets interessants te zien is. En Art House Holland, een afgelegen residencyplek in Leiderdorp waar buitenlandse kunstenaars te gast zijn. Soms resulteert dat weer in een tentoonstelling, zoals nu bij Old School.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
EST

Van onzichtbaar naar zichtbaar

Een ander, minder opvallend, initiatief is EST, het vervolg op IS-projects, dat al sinds 2007 bestaat en zichzelf, om verklaarbare redenen, genoodzaakt zag te hernoemen. Kunstenaars Guido Winkler en Iemke van Dijk organiseren vooral uitwisselingsprojecten en tentoonstellingen met geometrisch abstracte kunst. Hoewel de tentoonstellingen in Leiden veelal aan huis plaatsvinden, is er geen sprake van een informele setting. Het publiek bestaat grotendeels uit kunstprofessionals en verzamelaars. IS-projects wil het discours rond abstracte kunst aanjagen, vernieuwen en herdefiniëren in een internationaal kader. Vandaar dat IS-projects/EST zich ook manifesteert op kunstbeurzen in het buitenland. Dat heeft tot gevolg dat curatoren, verzamelaars, filosofen, galeriehouders en internationale kunstenaars hun woon- en presentatieruimte aan de Drie Octoberstraat in Leiden bezoeken om het programma te volgen. Daarbij geven zij ook edities uit van kunstenaars die op een nieuwe vrijere wijze met abstractie omgaan. Het initiatief wordt nu verder geïnstitutionaliseerd als Stichting EST art foundation, met een apart bestuur.

Door hun internationale focus is de lokale binding minder sterk, maar er zijn nieuwe plannen om ook in Leiden publiek actief te zijn. Zo presenteerde EST afgelopen september een plan voor Leiden Art Hub in de oude watergasfabriek op het Energieterrein (Nieuw Leids Bolwerk). De bedoeling is dat er permanente presentatieruimte wordt gecreëerd die door verschillende organisaties kan worden benut. Daarbij zijn er ook twee residencyplekken gepland, een lunchcafé en een theaterzaal in het Ketelhuis waar ook kleinschalige evenementen kunnen plaatsvinden. Er zijn gesprekken met verschillende potentiële huurders zoals Universiteit Leiden om de Art Hub te kunnen realiseren. Behalve een investering vanuit de gemeente zijn er ook andere sterke lokale partners nodig om de huurprijzen voor incidentele projecten en kunstenaarsinitiatieven betaalbaar te houden en op die manier een diverse programmering mogelijk te maken. Winkler en Van Dijk hopen het plan in 2½ jaar te kunnen realiseren en wellicht al eerder te starten met publieksactiviteiten. Hopelijk biedt het initiatief ook mogelijkheden voor jonge kunstenaars om zich te kunnen manifesteren.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst

Ook cultuurmakelaar Mirjam Flik van het Cultuurfonds Leiden probeert nieuwe kunstinitiatieven vanaf het prille begin te ondersteunen, maar de middelen van het fonds zijn zeer beperkt. Als cultuurmakelaar gaat het dus vooral om praktische adviezen, partners zoeken en af en toe een financieel steuntje in de rug om een begin mogelijk te maken. Zo werden ROEM, Vensterbank en de nieuwe residencyplek bij Old School ondersteund. Ook onderschrijft de cultuurmakelaar de noodzaak die kunstenaars uitten voor de permanente zichtbaarheid van hedendaagse kunst. Tien jaar geleden heeft Leiden politiek vooral ingezet op kennis & cultuur. En hedendaagse kunst maakte daar blijkbaar geen onderdeel van uit. Maar het is natuurlijk de vraag of je als stad straks nog slechts een historisch museum wilt zijn? Met het nieuwe Lucas van Leydenfonds wordt wel een begin gemaakt om nieuwe kunstwerken in de openbare ruimte te realiseren. Dat heeft ook een praktisch doel omdat het zorgt voor aankleding van de stad, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de nog winderige Lammermarkt en het Cultuurkwartier. Ook daar ontstaat voorlopig dus nog geen duurzame ruimte voor jonge kunstenaars.

Initiatieven zijn er dus wel in Leiden, maar het zijn vooralsnog allemaal kleine kwetsbare projecten die steunen op de tomeloze inzet van individuen En wanneer dat kunstenaars zijn, gaat dat direct ten koste van hun eigen beroepspraktijk. Structureel gebeurt er weinig om hedendaagse kunstenaars in de stad een plek te bieden. Leiden is geen stad voor de Jonge Rembrandt. Wel voor de dode Rembrandt.

Leiden in last en het gemis aan actuele kunst
Haagweg 4

Met dank aan Marissa Karlas, Gijsje Heemskerk, Nicole Roepers, Guido Winkler en Mirjam Flik.