< Terug

Kunsthal vs. Boijmans, isme vs. isme

Hyperrealisme in de Kunsthal. Surrealisme in het Boijmans Van Beuningen. Techniek versus gevoel, realiteit versus surrealiteit. Waarom niet eens appels met peren vergelijken en de vraag stellen: welke expositie wint het op punten?

Allereerst: wat is er te zien?

In de Kunsthal kijken we naar hyperrealisme (of superrealisme). Doeken die nog scherper en realistischer zijn dan de werkelijkheid. ‘Een superrealistisch schilderij is niet het leven, maar het leven twee stappen daarvandaan: een beeld van een beeld van het leven.’* In de Kunsthal zien we drie generaties van deze stroming.

En in Boijmans Van Beuningen zien we surrealisme uit de collecties van Roland Penrose, Edward James, Gabrielle Keller en Ulla en Heiner Pietzsch.

Max Ernst – Le grand amoureux 1 (1926)

Dus we zien werken van kunstenaars die via surrealistische technieken ‘grenzen slechten tussen hun innerlijke en hun uiterlijke werelden’ en ‘de mensheid bevrijden van de ketenen van de logica en de rede.’*

 

Wat is de meest originele expositie?

Max Ernst, Salvador Dalí, René Margritte, Pablo Picasso. Geen schilders die je nog nooit eerder had gezien – al was het in buitenlandse musea. Het interessante is dat je hier kijkt door de ogen van de collectioneurs, want die hebben allemaal een andere invalshoek. En typisch voor het surrealisme lijkt dat de meeste van die verzamelingen de verzamelaars min of meer overkwam.

Hyperrealisme is niet iets waar je elke dag tegenaan loopt in een museum. Wie net als ik dacht dat het vooral werk was à la Chuck Close ziet hier dat het veel meer is. En dan pas zie je ook hoe immens gedetailleerd het wel is. Om een idee te krijgen: dit is een mega-close-up van het doek Mark.

Juist andere schilders, zoals Richard Estes en Robert Bechtle, lijken meer invloed te hebben gehad in die stroming. Weerspiegeling van de weerspiegeling in de weerspiegeling; deze kunstenaars hielden van een uitdaging. En dat is nog steeds zo. Het lijkt wel of de hyperrealistische kunstenaars in een wedloop zitten om elkaar af te troeven in onwaarschijnlijke prestaties.

Tjalf Sparnaay – Foodscape (detail) (2014)

En zelfs een zeer getalenteerde Nederlander! Tjalf Sparnaay. Zijn werk was zelden eerder te zien in Zuid-Holland (wel in Zwolle, een solotentoonstelling in De Fundatie). Wie Het Diner heeft gelezen, en dat deed immers half Nederland, keek naar een kreeft van Sparnaay op de cover. Een buitenkansje dus!

Dus deze ronde gaat naar de Kunsthal!

 

Welke van de twee is het meest divers?

De afspraken van een genre zag je zelden eerder zo ijverig nageleefd als in hyperrealisme. Veel straten, diners, chromen motoren en auto’s. Het beeld is niet zozeer het doel, dat is de formidabele techniek. De minutieuze verschillen in die techniek zijn voor een ongeoefend oog nauwelijks te zien.

Binnen zeer afgemeten grenzen is er wel variatie, maar een argeloze bezoeker ziet dat niet. Knap, maar ook te perfect. Een schattig stationnetje steelt dan de show.

Dimitri Desiron – Station (2016) / Foto © C. Angelovski

Surrealisme valt dan ineens op door een rijkdom aan mogelijkheden. Van een champagnelamp van Dalí tot surrealistische literatuur. Film, fotografie! Wat een hoop artiesten verzameld en wat was het surrealisme vruchtbaar om het onderste uit hun artistieke kannen te halen.

Deze ronde is voor Boijmans!

 

Welke expositie past het meest bij deze tijd?

Surrealisme was zo krachtig als stroming dat het bijna vastgelijmd zit aan André Breton en zijn tijdgenoten. Tegenwoordig is surrealisme een gemakzuchtig synoniem geworden voor alles wat vaag en mysterieus is.

Hyperrealisme begon later, eind jaren zestig, maar is volgens mij populairder dan ooit, gezien alle aandacht op internet. Hier zie je een paar voorbeelden op een rij.

Maar de winst gaat naar de derde expositie, ook in de Kunsthal: Human/Digital. Wat is meer van deze tijd dan een zich alsmaar refreshende website? ‘Dat is simpel, dat kan iedereen.’ Jaja. Dat zeiden ze ook van Picasso’s stierenkop.

En wat anders te denken van A* uit 2014. Tabor Robak maakte een bizarre animatietrip op veertien schermen tegelijk.

Tabor Robak – A* (2014)

Een bonte, kleurrijke toestand. Mooi? Moeilijk te zeggen. Interessant: absoluut.

Deze ronde gaat (op het nippertje) naar de Kunsthal.

 

En welke expositie heeft de meeste humor?

Die is niet moeilijk. De huilende generaals van Enrico Baj, Margrittes ironie, Mae Wests lippensofa van Dalí, de kreefttelefoon. Een grap is zelden echt een grap in het surrealisme maar dat maakt de humor alleen maar beter.

En weinig kunst is zo humorloos als hyperrealisme. Een beeld van een beeld, dat is wat je krijgt. Ook Human/Digital is behoorlijk serieus, hoewel het erg grappig is om mensen te zien stuntelen met een virtual-realitybril.

Deze ronde gaat naar Boijmans!

 

Welke heeft de meest indrukwekkende details?

Die ligt voor de hand. Ik heb geen idee hoe lang Miró aan een doek werkte maar zou het zo lang zijn geweest als Raphaella Spence aan haar doek over de Canal Grande? Dit hieronder is maar een detail. Werkelijk, een detail. Ik heb ergens gelezen dat ze pixel voor pixel haar foto’s overschildert. (Waarom dan nog schilderen, vraag je je haast af.)

Raphaella Spence – Canal Grande (detail) (2007)

Kunsthal wint deze ronde!

 

En welke heeft het meeste gevoel?

Dit is voor mij heel eenvoudig: surrealisme. Je kijkt naar nachtmerries, fantasieën, waanbeelden, erotica. Een inkijkje in de meest bizarre deel van de hersenen. En het treft bijna allemaal. Het laat je lachen, doet soms vrezen en kan ineens ontroeren – zoals het altijd mooie Couple à têtes pleines de nuages van Dalí.

Zet daar het klinische van hyperrealisme en Human/Digital tegenover en je mist het maffe, het imperfecte, het menselijke!

Deze ronde gaat naar Boijmans! De knock-out fase…

 

Welke expositie heeft de meeste ironie?

Dat lijkt niet moeilijk. Hoe ironisch is het als van werken die de schaduwzijde van realiteit proberen weer te geven, netjes worden gepresenteerd met een realistische expositie en dito programmaboekje. Elke poging om surrealisme in feiten samen te vatten lijkt potsierlijk.

Dan de Kunsthal. De schilders die schilderijen maken naar foto’s, worden zelf weer gefotografeerd door bezoekers. De jaren zware arbeid teruggebracht tot een seconde swipen op een i-pad (‘Mooi hoor’).

Wie weet zijn er ooit schilders die die foto weer minutieus gaan naschilderen om vervolgens in een hyperrealistische loop terecht te komen? Kan Chuck Close tegen die tijd wedergeboren worden? Of is dat een surrealistische vraag?

René Margritte – La reproduction interdite (1937)

Of te wel, deze ronde eindigt onbeslist. Daarmee komen de exposities uit op een gelijkspel! Dus toch beide exposities bezoeken – hoewel mijn hart toch meer ligt bij de verrassingen van de surrealiteit.

Gek van Surrealisme duurt nog tot 28 mei. Hyperrealisme: 50 jaar schilderkunst duurt nog tot 4 juni. Human/Digital duurt nog tot 2 april. De expositie in Boijmans Van Beuningen heeft een extra toeslag van € 3,50.


Website Kunsthal

Website Boijmans van Beuningen

* Uit Encyclopedie van de moderne kunst (uitgeverij Waanders, 2003)

REAGEER