De (waan) zin van randprogrammering

In de zomermaanden van 2016 dook het Van Gogh museum dieper in de ‘waanzin’ die steeds meer terrein won in het hoofd van zijn naamgever, Vincent van Gogh. 

Geesteszieke kunstenaars, het is een dankbaar onderwerp voor kunsthistorici en musea, want in het schemergebied van genialiteit en gekte lijkt ‘het’ te gebeuren. Het korenveld en de boomwortels van Van Gogh, het bloedrode schilderij van Rothko; hun gekte geeft de schoonheid cachet, hun waanzin een gelaagdheid die ‘mooie kunst’ relevant houdt.

Vincent van Gogh, Korenveld, 1890. Van Gogh Museum. Lang werd gedacht dat dit zijn laatste schilderij voor zijn zelfverkozen dood in 1890.
Vincent van Gogh, Boomwortels, 1890. Van Gogh Museum. Laatste schilderij voor zelfverkozen dood in 1890 (bron: Van Gogh New Findings. Van Gogh Studies 4)

De brieven aan zijn broer Theo, archiefstukken van de inrichting in Arles waar Van Gogh verbleef, en een nieuwe presentatie van de collectie moesten inzicht geven in de vele diagnoses die Van Gogh, postuum, opgeplakt kreeg. Tevens werd er door het Van Gogh Museum een Engelstalig symposium georganiseerd op 14 en 15 september waarin vragen als “Voegt inzicht over zijn ziekte iets toe aan onze kennis over zijn artistieke prestatie?” en “Is er een relatie tussen creativiteit en waanzin?” besproken werden door medici, psychologen, kunsthistorici en publiek.

De (waan) zin van randprogrammering

Hoe nobel die activiteiten misschien ook klinken, de cynicus in mij zag vooral een ander kader voor een vaste collectie en een opstapje voor het waanzinnig hoge, aantal bezoekers. Mijn vermoeden werd door de aankondiging voor de Nacht van de Waanzin op 24 september 2016 bevestigd.

Selecties van het persbericht:

"Test samen met je vrienden jullie kennis in onze waanzinnige pubquiz en win doldwaze prijzen."
De dj’s van Wicked Jazz Sounds zorgen voor gezellige plaatjes waarop je lekker uit je plaat kunt gaan."
"Ga zelf aan de slag bij het inloopatelier en zie welke gekke, creatieve uitspattingen jouw brein produceert."

Hopelijk heeft directeur Axel Rüger hoogstpersoonlijk dit marketinggenie direct de laan uitgestuurd. Want het beeld van een integer onderzoek naar een gelaagd begrip van Van Goghs krankzinnigheid, kon natuurlijk de prullenbak in. Je kon net zo goed een foto van de teambuildingsdag van het Van Gogh Museum uit 2016 publiceren; medewerkers die, onder het genot van een glaasje absint en in predikantenkleding gestoken, elkaars oren inpakken met verband en in de workshops “Creatief met Aardappel” en “Fear and Loathing in Arles” vooral elkaar beter leerden kennen.

De (waan) zin van randprogrammering

Die ‘faux-pas extraordinaire’ uit september 2016 kwam weer in mij op toen ik een aankondiging van Nieuwe Vide zag. Ik slaakte een zucht van verlichting. Gelukkig zijn er kunst- en presentatie instellingen die het wel begrijpen (of mensen uitnodigen om het te kunnen begrijpen).

Nieuwe Vide en Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety organiseren tussen 20 september en 19 oktober Talking Anxiety, discussieavonden en bijeenkomsten over angst. In de eerste bijeenkomst zullen vragen als “Wat is angst?” , “Hoe merken we het als we angstig zijn?” en “Wat is de invloed van angst?” aan bod komen. Op deze avonden kunnen ervaringen en gedachtes over angst in een vertrouwelijke omgeving gedeeld worden.Hier vormen de uitkomsten van het psychologisch handboek DSM V geen marketingstrategie.

Want als de waanzin echt om zich heen slaat, is het geen grillig randje van een canvas, een sappige anekdote bij Soundgarden’s “Black Hole Sun” of Wim Brands’ “Neem me mee, zei de hond”, maar een bloedserieus onderwerp.

Misschien kan de Bureau for the Investigation of Contemporary Anxiety dit op 5 november in Nieuwe Vide aan het Van Gogh Museum uitleggen.