De kunst tussen reizen en leven

Een bijdrage van Petros Panagiotis Orfanos

Video-performance-verzamelaar Petros Panagiotis Orfanos (1991) benut de beperkte actieradius van de anderhalvemetersamenleving om te reizen binnen verschillende regio’s in Nederland. Onderweg komt hij in contact met een ander kunstklimaat dan hij in Amsterdam gewend is. Een bezoek aan Lunteren, het geografische middelpunt van Nederland, en Schiedam leverde Orfanos nieuwe gesprekken op met beeldend kunstenaars die er buiten het centrum van de landelijke aandacht leven en werken. Gesprekken waarin meer ruimte is voor het innerlijke geestesleven. Een verslag tussen reizen en leven, op zoek naar goud.

Lunteren

Ik had kandidaat-notaris en jeugdvriend T. B. gevraagd of hij interesse had om zich samen met mij tussen de plaatsen Ede en Barneveld te begeven, daar ik had vernomen dat Lunteren het geografisch middelpunt van Nederland is. Een zwerfkei op de Lindeboomsberg – een van de toppen van de Goudsberg – zou dit middelpunt duiden. T. B. antwoordde: “Maar natuurlijk ga ik met je mee”, waardoor de eventuele solitaire reis tot de vergetelheid gerekend kon worden, omdat ik nu in goed gezelschap richting dat middelpunt kon bewegen. T. B. heeft een vermindering van het gezichtsvermogen, waardoor de wijze van reizen net iets anders verloopt. Ik realiseerde me dat ik bewuster met mijn omgeving bezig was, en dus meer de tijd nam om Gelderland te aanschouwen.

We begonnen de reis bij Pinetum De Dennenhorst, aan de rand van het Luntersche Buurtbosch. Tijdens de wandel vertelde ik T. B. dat de stichter van Het Luntersche Buurtbosch, Johan van den Ham, een notaris was, evenals de vermaarde Gerrit Jan Wilbrink. Ik zei: “Vind je het niet frappant, dat er zoveel notarissen te Lunteren woonachtig zijn geweest? Op de helling van de Lindeboomsberg staat op steenworp afstand van de zwerfkei met de tekst ‘Middelpunt van Nederland’ de Notaris Dingerbank. Deze bank is vernoemd naar notaris Rutgerus Dinger, dus weer een notaris (…) Zullen we naar het middelpunt toe gaan, of wat denk jij?”

De kunst tussen reizen en leven
Pinetum De Dennenhorst

We besloten om eerst naar ons hotel te gaan, De Lunterse Boer aan de Boslaan. Hij installeerde zich daar, hoewel ik het besluit had genomen om in dezelfde tijd richting de Mielweg te Lunteren te lopen, waar een interessante dialoog ontstond met beeldend kunstenaar en in Lunteren woonachtige Ivonne van Prehn Wiese.

Ze zei: “De sculptuur Verleden – nu – toekomst die ik heb weten te vervaardigen kun je hier zien staan. In het ‘nu’-punt weerspiegelt een glasbol de omgeving van het nu. Wat ik daarmee probeer te zeggen is dat als je de sculptuur ziet en dieper kijkt dan naar het ‘nu’, je tot de kern komt – het wezen – en dat is van goud. Het kernpunt in het beeld is ook echt puur goud. Een sculptuur lijkt statisch, maar als je er dieper in meegaat, kun je ervaren dat het beeld – hoewel het statisch is – in beweging lijkt, en dan voel je een stroming: een fluctuatie, wat in essentie organische vormgeving doet.”

Ik vroeg wat ze bedoelde. Ze antwoordde: “Bij organische vormgeving leer je dat de sculptuur een gesprek met haar omgeving aangaat. Er gebeurt iets tussen het beeld en jou als kijker. Het kan iets tot stand brengen. Denk bijvoorbeeld aan een plek of aan een fysieke ruimte, zoals een plein. Dat vraagt om iets – zoals een sculptuur – dat aan de omgeving – het plein – een betere/mooiere energie geeft. In 2002 zag ik een advertentie van Feico Hajonides’ opleiding ‘’organische vormgeving in de beeldhouwkunst,’’met een beeld dat me intrigeerde, en toen ben ik deze opleiding bij hem gaan volgen.

De kunst tussen reizen en leven
Ivonne van Prehn Wiese met sculptuur in de hand.

Ik zei dat het geografisch middelpunt van Nederland, ofwel de zwerfkei op de Lindeboomsberg, eigenlijk precies dat doet waar organisch vormgeven in de beeldhouwkunst voor staat. De zwerfkei met de tekst ‘Middelpunt van Nederland’ wordt in haar aanwezigheid meer, door de concentratie, de wijze hoe het 51 meter hoog geplaatst is en je aandacht opeist, maar ook relatie met haar omgeving aangaat.

Ze sprak: “Soms heeft een beeld iets extra’s nodig. Dat gouden element, ja. Ik zoek naar het wezen van dingen, en dat gouden element symboliseert het wezen. Organisch beeldhouwen geeft een extra dimensie aan de fysieke wereld. Ik heb twee jaar organisch beeldhouwen gestudeerd aan Aardewerkplaats Amiel. Nu ga ik daar een keer in de maand naar toe, waar ik ook mensen ontmoet die mijn geest en ziel scherpen. Ik heb daar veel van Hajonides geleerd.”

De kunst tussen reizen en leven
Close up van Ivonne van Prehn Wiese’s Verleden - nu - toekomst (sculptuur)

Ik zei: “Wat heeft kunst jou echt gebracht?” Ze antwoordde: “Organische beeldhouwkunst heeft mij in contact gebracht met het wezen der dingen. Ik maak graag vormen die mensen kunnen raken. Ook maak ik graag vormen die zich uitstrekken in de ruimte, ofwel objecten die een monumentale uitstraling hebben, zonder dat ze monumentaal zijn. Ik houd van vormen die als het ware doorgaan. Ik bedoel, iets dat verder gaat dan enkel het fysieke beeld.” Het deed me denken aan beeldend kunstenaar Marinus van Dijke, die de duinen te Burgh-Haamstede zoveel aandacht schenkt, waardoor zoiets als een zandkorrel of duindoorn zoveel groter wordt.

Het bezoek met kandidaat-notaris T. B. aan het geografisch middelpunt van Nederland en de Notaris Dingerbank was tevens ook de laatste activiteit te Lunteren. Diezelfde week ging ik naar Schiedam (Zuid-Holland).

Marinus van Dijke’s Wchokje (performance, 1980)
Marinus van Dijke’s Wchokje (performance, 1980)

Schiedam
In Schiedam had ik een afspraak met de directeur van De Ketelfactory (projectruimte voor beeldende kunst) en (glas)kunstenaar Winnie Teschmacher. Ik heb me lange tijd weten te interesseren voor glaswerk van beeldhouwer Cornelie van Asch van Wijck en Andries Copier, daar ik frequent werk bezichtigde in het Nationaal Glasmuseum in Leerdam en meer over dit medium wilde weten na het lezen over glas uit Mesopotamië dat uit 3500 v.Chr. dateert. Teschmacher vertelde dat ze te eigenwijs was toen ze aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam studeerde en het besluit had genomen om keihard zelf te gaan werken als autodidact. Ze vertelde dat ze zich zo goed kon uitdrukken in glas, dat het eigenlijk voorbestemd was. Ik vertelde haar dat ik het interessant vind, dat ze al redelijk vroeg wist wat haar roeping was en dat de kunstacademie mijns inziens grotendeels ook je ontwikkeling stuurt.

Ik zei: “Misschien had ik hele andere wegen bewandeld zonder die academie.”

Teschmacher antwoordde: “Ik mocht niet eens met glas aankomen bij de Willem de Kooning Academie. Doordat je kiest voor zelfstandigheid, geeft dat je een enorme vrijheid. Voor iedereen is het zijn of haar eigen pad, maar het is niet zonder reden dat ik de autodidacte weg koos. Ik ben de uitdaging aangegaan om al die glastechnieken te leren, zodat ik boven de techniek uitstijg als ik iets maak. Ik was ongeduldig en ik heb heel veel los moeten laten door het glas. Het valt kapot als je te snel wilt, dus ‘glas’ dwingt geduld af.”

Vincent Botella had over Teschmacher’s werk geschreven dat aan haar werk een duidelijke spirituele inspiratie ten grondslag ligt. Teschmacher heeft altijd al gezocht naar de onderliggende aanwezigheid van dingen, wat al begon in de tijd dat ze studeerde aan de sportacademie, waar ze haar scriptie schreef over de oosterse filosofie in de lichamelijke opvoeding.

Ik vertelde dat ik Nederlands kampioen gewichtheffen en Nederlands kampioen kogelstoten Piet van der Kruk gesproken had en dat hij me had verteld dat hij zichzelf had opgeleid, door goed te kijken: zonder docent of begeleiding. Ik zei: “Hij is een sporter, maar ik herkende iets in zijn werkwijze. Dat je jezelf weet te ontwikkelen, zonder dat alles door docenten gevormd hoeft te worden. Dat je zelf leert kijken en ondergaan. Eigenlijk heel spiritueel.”

De kunst tussen reizen en leven
Piet van der Kruk

Ze sprak: “Het gaat inderdaad heel erg om kijken. Kijk, kunst of sport… Het is een andere vorm. Als ik glasblaas, dan kijk is heel goed en dan kan ik het me eigen maken, wat ik dus al geleerd heb bij het sporten. Ik zou de sportacademie zo weer doen, omdat je daar een bepaalde nederigheid hebt geleerd, waardoor je binnen het beeldende kunstsegment anders kunt functioneren. Kunstenaars die een spirituele achtergrond hebben zijn heel belangrijk geweest voor het leren kijken, wat met sport eveneens is geleerd. Het gaat om kijken. Want, wat zie ik nou als ik heel goed kijk?”

“Carel Nolet – eigenaar van het Schiedamse familiebedrijf Nolet Distillery – vroeg aan mij of ik een idee had voor het pand aan de Hoofdstraat in Schiedam. En ja, toen heb ik, in het begin met mijn partner Kim Zeegers, het concept voor De Ketelfactory verzonnen: wat ik zelf zou willen ontvangen op een plek waar ik exposeer, dat geef ik graag aan de kunstenaars waar ik mee werk. Puur boeddhistisch is mijn uitgangspunt dus eigenlijk. Door de vraag van Nolet ben ik vervolgens, naast mijn kunstpraktijk in mijn eigen atelier, ook de directeur geworden van deze plek. Ik zit hier nu twaalf jaar en het geeft mij een bepaalde vrijheid. Nolet is onze mecenas en laat de inhoud aan mij over.”

Nadat Teschmacher sprak over de Fibonacci reeks – de gulden snede – en het toepassen daarvan binnen haar kunstpraktijk, vroeg ze of ik mee wilde kijken naar haar installatie Kijken in Diepte – op een fabrieksterrein aan de kade in Schiedam – in een pand van Nolet. We reden langs de Noletmolen – de hoogste molen ter wereld en neergezet door de firma Nolet Distillery – en belandden in een donkere ruimte met drie ostentatieve en kolossale lenzen van de hand van Teschmacher, functionerend als spiegels, geïnspireerd door Johan Wolfgang von Goethe’s gedicht Unbegrenzt (1814). Het was alsof je erin verdween. Het één worden met de lens, was een alleraardigste afronding van het bezoek aan Teschmacher in Schiedam.

De kunst tussen reizen en leven
Winnie Teschmacher’s Akasha (sculptuur, 2010). Fotografie: Gerrit Schreurs.

Bodhi is een begrip uit het Theravada-boeddhisme, hetgeen staat voor ontwaken, waar ik aan moest denken na de dialoog met Teschmacher. Het voornaamste doel van alchemisten, die onedele metalen veranderden in goud, dat deed me weer denken aan van Prehn Wiese. Twee spirituele paden met twee verschillende uitingsvormen.

Winnie Teschmacher’s Enso (sculptuur, 2016). Fotografie: Gerrit Schreurs.
Winnie Teschmacher’s Kijken in Diepte (installatie).