Verhaal (het bouwsel), 31 januari 2017

Verhaal (het bouwsel), 31 januari 2017

Er staat een jongen op het schilderij, met een hond tussen zijn knieën. De jongen kijkt naar de hond, en mogelijk kijkt de hond terug. Maar dat weten we niet zeker, want we zien de hond op zijn rug. Zijn linkerachterpoot en zijn korte staart zijn zichtbaar. De rechterachterpoot niet, die is verborgen achter de linkerschoen van de jongen. Het is een donkere hoge schoen, type werkmansschoen. Hij draagt lichte groengrijze sokken, en daarboven een donkerblauwe broek. Daarachter zit het niet zichtbare deel van de rechtopstaande hond. Zijn linkervoorpoot rust op de rechterhand van de jongen, en zijn rechterpoot raakt de rever van zijn jasje aan. Goed zichtbaar is zijn rechteroor, naar boven geklapt en halverwege naar beneden gevouwen. De linkerzijde van de hond en de rechterkuit van de jongen vormen een eenheid, onlosmakelijk. De linkervuist van de jongen ligt gebald op zijn linkerbeen. Zijn mouw eindigt ruim, en heeft net als de rest van zijn jasje, een vaalgroene kleur. Een stukje van de roze blote buik van de jongen, volgens de titel van het schilderij een vissersjongen, is zichtbaar. De vissersjongen kijkt omlaag, hoewel zijn ogen gesloten lijken. In ieder geval voel je als toeschouwer de ‘verbonden’ blik, ook als er niet gekeken wordt. Die twee, hond en jongen, vormen een eenheid. Niet alleen als vorm, maar vooral ook als inhoud. En er wordt gesuggereerd dat dat buiten het schilderij ook zo is. De jongen draagt een flinke pet, die bijna de bovenkant van het schilderij raakt. De hond een halsband. De jongen zit op een houten keukenstoel, die slechts gedeeltelijk op een roodbruin vloerkleed staat. De muur achter de stoel is vaalgrijs, en ruw geborsteld. De linkerachterpoot van de hond is bijna in een haakse hoek om de rechterschoen van de jongen heen geschilderd, en eindigt halverwege die schoen. De linkerschoen loopt van het doek af. De linkerpoot van de donkerbruin geschilderde stoel is kromgetrokken. Of krom geschilderd wellicht? En vormt bijna een tegenbeweging voor het lijf van de hond. De hond is de lustvolle opwaartse kracht in het schilderij, het bovenlijf van de passieve jongen de neerwaartse, en zijn linkerknuist de bonkige steen waarop het bouwsel rust.

Het schilderij is van Jannes de Vries (1901-1968), één van de schilders van De Ploeg uit Groningen. De titel is: vissersjongen met hond, 1923