< Terug

Tec-Art Rotterdam Keilestraat

Wie Art Rotterdam heeft bezocht zal gezien hebben dat het programma niet stopt bij het geheel van galeries dat zich verzameld heeft in de van Nelle fabriek. Zo zijn er lezingen en allerlei initiatieven voor jonge kunstenaars. Maar los hiervan zijn er op andere plekken ook alternatieve programma’s opgezet.

Dit alternatief is op zichzelf interessant, zo bezocht ik de tentoonstelling aan de Keilestraat, Tec-art. Het interessante is tweeërlei. Het programma toont een samenhangend geheel onder een tentoonstellingsthema. Maar wat nog meer bijzonder is, is dat daar waar de kunst een alternatief perspectief zou aangeven op het dagelijkse en of de werkelijkheid, is er op de officiële kunst ook nog eens de mogelijkheid tot het maken van een alternatieve expo.

De Keilestraat biedt een alternatief voor het alternatief dat de kunst al is. We hebben dus kunst die officieel getoond wordt en kunst die niet vertegenwoordigd is door de galeries maar die voldoende interessant is om een eigen tentoonstellingsruimte te veroveren en daarmee in het programma opgenomen te worden. Dit alles nog los van initiatieven die kunstenaars nemen om ook hun werk in deze week onder de aandacht te brengen. Maar welk alternatief wordt ons hier geboden?

De kunstenaar komt in deze groepstentoonstelling naar voren als het originele individu dat hij is. Een dergelijke groepstentoonstelling onder een thema, de techniek in al zijn facetten toont ons natuurlijk in eerste instantie wat de techniek kan zijn als we die niet alleen maar utilitair bezien.

Mike Pelletier: Performance Capture, part 1&2

De techniek wordt door de kunstenaar op een alternatieve wijze ingezet. Het is de techniek die de materialiteit van het werk produceert. Of dit nu is op digitale wijze, waar de beelden van een performance gemorfd worden tot groteske mensbeelden van Mike Pelletier, of op analoge wijze waarbij de banden van een bandrecorder geluidsvariaties veroorzaken door middel van de in trommels geplaatste speakers van Jeroen Vermandere.

Jeroen Vermandere: Erasing of sound

De kunst is hier het product van de techniek, zonder die techniek zou deze kunst niet mogelijk zijn. Het duidelijkst is dit bij het 3d geprinte “textiel” van Maartje Dijkstra. Het onduidelijkst bij de meer traditionele sculpturen van uitvergrote medicijnen van Nicolas Chuard.

Nicolas Chuard

De omgang met de techniek is ook hier sterk verschillend. De een omarmt de techniek om tot een esthetische uitwerking te komen zoals de lasers van Vladimir Grafov.

Vladimir Grafov

Andere nemen een cynisch standpunt in, zoals het Robotorium Geestzicht van Erik van der Veen. De in kooien geplaatste robots maken deel uit van een kliniek.

Erik van der Veen

Die diversiteit maakt dat het een leuke tentoonstelling was om te zien maar dat dit leuke tegelijkertijd ook een onbevredigd gevoel achterliet. Het geheel, hoe serieus ook ieder van de kunstenaars is, lijkt toch een te hoge amusementswaarde te hebben. Veel werken zijn interactief en gericht op de toeschouwer die door het werk wordt waargenomen door joysticks, touchpads of, het meest technisch vernuftige, bewegingssensors.

Het meest bijzondere was voor mij de video van Marco Broeders, die intens ingewikkeld fractale landschappen toonde. Maar anderen zijn misschien meer onder de indruk van de holografische projectie van een gezicht met de naam Harper, van The Technocrats, dat een gesprek probeert te voeren met de toeschouwer.

The Technocrats

Uiteraard zijn er ook kunstenaars die zich kritisch opstellen. Zoals het werk van Studio Bernhard Lenger.

Studio Bernhard Lenger

Die biedt, letterlijk, een spreekgestoelte, omringd en ingericht met officieel ogende vlaggen, voor mensen die zich willen uiten over het milieu of die andere zorgen of klachten kwijt willen. Zijn Ecocide Law spreekgestoelte is een middel dat het denken wil creëren. Hij stelt design voor als een vaststellend communicatief materiële bemiddelaar voor. ‘The medium is the massage’ van Mcluhan in een letterlijke uitwerking.

En dit werpt de vraag op hoe de kunstenaars, die allen zeer individueel reageren op, en tegelijkertijd werken met, de techniek, dit middel zien. Kunnen we hier spreken van een zichtbaar maken van wat doorgaans het onzichtbare is van de techniek? Haar bestaan als middel? Dat is misschien een lastige vraag om te stellen. Maar juist de onzichtbaarheid van de techniek, zoals de smartphone en de tablet die zo’n grote impact hebben op ons dagelijks handelen, wordt op een vreemde manier wel en niet zichtbaar. De apparaten van Sjoerd Schunselaar getuigen van een zichtbare techniek.

Sjoerd Schunselaar

Maar de prachtige videobeelden of geprinte kleding laten diezelfde techniek volledig verdwijnen achter het product dat ze levert. En zo wordt voor een groot deel die techniek ofwel ouderwets – de tot leefruimte omgebouwde tank van Hans Runge en de gedeeltelijk houten E-fiets van Juren Kuiper – ofwel digitaal en onzichtbaar.

Juren Kuiper

Het is een fraaie techniek expo waarvan de ongrijpbaarheid van diezelfde techniek nog eens uitdrukkelijk wordt aangetoond. We maken techniek, we gebruiken techniek maar we hebben er geen greep op. De techniek vormt en stuurt ons maar we begrijpen dat slechts een beetje als die techniek nog archaïsch van uiterlijk is. Alleen in de materiële vorm, van wieltjes, draadjes en tandwielen herkennen we techniek. Maar dan is die techniek, juist in haar materialiteit nog relatief ongevaarlijk. Een machine kunnen we nog stuk slaan. De techniek die onzichtbaar is kunnen we niet meer (be)vatten.

Kunnen we hier niet stellen dat door het verlangen van de kunstenaar om uniek en creatief te zijn, hij of zij de (hulp)middelen die zo zwaar wegen dat zonder deze die creativiteit niet zou bestaan, genegeerd worden? De techniek is zelfs voor de kunstenaar slechts een hulpmiddel. Maar juist dit middel bepaalt de boodschap.In deze expo, over en met techniek, is juist de techniek de grote afwezige. Haar werking verdwijnt achter het plaatjes of het effect en de techniek wordt daarmee opnieuw ongrijpbaar.

De kunstenaar ‘vergeet’ de techniek die zijn creativiteit mogelijk maakt. Hij of zij gebruikt de techniek maar ‘vergeet’ dat het middel de creativiteit niet alleen mogelijk maakt maar zelfs bepaalt.

Deze alternatieve expo is net zo mainstream als de rest van het Rotterdam Art programma. Ze biedt geen alternatieve inzichten. Het verschil is dat deze kunstenaars nog niet zo bekend zijn, maar hun kunst is vaak net zomin doordrongen van het besef van de dingheid van hun maakproces als dat bij de mainstream het geval is. Er wordt niet naar het medium gekeken maar naar het ‘verhaal’ dat men vertelt. De creativiteit viert alleen zichzelf.

REAGEER